Wanneer collega’s vrienden worden (en waarom dat niet altijd helpt)
Over het evenwicht tussen warmte en professionaliteit in teams waar het werk alles vraagt.
Ik startte mijn loopbaan als mobiel begeleider, eerst binnen VAPH, later in de jeugdzorg als integraal begeleider, contextbegeleider en zorgcoördinator. De rode draad doorheen al die jaren? Dit werk vraagt alles van mensen.
Je komt in huizen waar spanning hangt, je ziet crisissen van dichtbij, je werkt met gezinnen die niet om hulp vroegen. Zelfs de meest ervaren collega kan na een huisbezoek ondersteboven terugkomen op het bureau.
En dan staan je collega’s klaar. Dat is prachtig, en noodzakelijk zelfs.
Maar diezelfde betrokkenheid kan ook grenzen doen vervagen. En nieuwe onveiligheden creëren.
Het evenwicht dat vergeten wordt
Elke begeleider kent het: je moet een evenwicht vinden tussen afstand en nabijheid naar gezinnen toe. Dat kan pittig zijn, zeker als je net begint.
In jeugdhulp wordt niet gemakkelijk een conflict aangegaan. En als er toch een conflict is, kan het stevig botsen. Met diepe kwetsing… zoals in vriendschappen.
Ik heb zelf periodes meegemaakt waarin ik te dicht op collega’s kwam te staan. En periodes waarin ik me buitenspel voelde staan.
De inner circle
Het is een patroon dat in veel zorgteams voorkomt: er ontstaat een inner circle. Verandering komt er moeilijk in. Nieuwe collega’s voelen dat snel: er zijn informele banden, onuitgesproken regels, mensen die veel over de vloer komen bij elkaar thuis.
Door het emotioneel beladen werk zijn jeugdhulpverleners gewend om elkaar op te vangen. Vriendschappen ontstaan. En dan wordt het plots moeilijk om het onderscheid tussen collega en vriend nog te zien.
Wat gebeurt er dan?
Nieuwe collega’s komen binnen… maar een vriendschap bouwt zichzelf niet zomaar op. En dat maakt het moeilijk. Voor hen, maar ook voor het team.
Wat er dan gebeurt
- Feedback geven wordt nog moeilijker dan het al is. Zeker als er ‘groepjes’ ontstaan. Als iemand uit de ene vriendengroep iets weet over de andere. Het wordt onduidelijk: zeg je dit als vriend of als collega?
- Collega’s worden elkaars therapeut. Wie echte ondersteuning nodig heeft, krijgt halve oplossingen van collega’s die het goed bedoelen maar niet de juiste rol hebben.
- Vernieuwing komt moeilijk binnen. Nieuwe ideeën botsen op “maar zo doen wij dat niet” of “dat past niet bij ons team”. Wat eigenlijk betekent: dat past niet bij deze vriendengroep.
- Het kwaliteitsdenken vervaagd… omdat we onbewust gaan rekening houden met onze vrienden: zouden ze achter deze aanpak staan? Kunnen ze dit? Laten we het maar niet doen. Want dat is het gemakkelijkse, zo blijft vriendschap in evenwicht.
- Leidinggevenden raken verlamd. Hoe geef je iemand feedback als die persoon beste vrienden is met de helft van het team?
De vraag die het verschil maakt
Hoe kun je dit doorbreken? Door de volgende vraag te stellen, steeds opnieuw:
Wat heeft dit team nodig om het werk goed te doen?
Dus niet: wat voelt er goed voor iedereen? Wat deden we altijd? Hoe houden we iedereen blij?
Maar: wat hebben de jongeren en gezinnen waarvoor we hier zijn, nodig van ons?
Vaak leidt dat antwoord naar helderheid, over rollen, grenzen en verwachtingen.
Warmte zonder verstikking
Warmte zonder structuur verstikt. Grenzen met menselijkheid maken teams wendbaar, veilig en effectiever.
Ik begeleid teams en leidinggevenden die worstelen met dit spanningsveld: hoe blijf je menselijk zonder je rol te verliezen? Hoe creëer je ruimte voor vernieuwing zonder de steun te verliezen die je nodig hebt?
Herken je dit?
Ik denk graag met je mee over hoe je dit evenwicht kan vinden in jouw team.
Neem contact op